Q4C en de Jeugdwet

Welke potentie heeft de Jeugdwet om de Q4C-Kwaliteitsstandaarden waar te maken?

 

Het familiegroepsplan: eigen regie in de jeugdhulp?
De eerste van in totaal twintig Q4C-Kwaliteitsstandaarden, gebaseerd op de ervaringen van kinderen en jongeren die te maken hebben (gehad) met jeugdhulp, luidt als volgt: 1. Jeugdigen en hun familie hebben de regie. "Mijn familie en ik bepalen wat er met mij gebeurt." Ervaringsdeskundige kinderen en jongeren zijn er duidelijk over: kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp bereik je door mét en niet alleen óver kinderen en hun familie te praten. Het opstellen van een familiegroepsplan , zoals is vastgelegd, biedt op het eerste oog kansen om de jeugdhulp in te richten op een wijze die overeenstemt met Q4C-Kwaliteitsstandaard 1. Dit blijkt ook uit de vernieuwde factsheet van de VNG over het familiegroepsplan. Recent onderzoek van de Universiteit Leiden naar participatie van kinderen in de jeugdhulp leert echter dat er nog veel werk te verzetten is om deze potentie ook waar te maken.
 
Op grond van de Jeugdwet dient een gezin dat jeugdhulp nodig heeft de mogelijkheid te krijgen om een familiegroepsplan op te stellen. Hiermee wordt volgens de factsheet uiting gegeven aan de doelstelling van de Jeugdwet dat gezinnen zoveel mogelijk zelf en met steun van hun netwerk problemen in de opvoed- en opgroeisituatie aanpakken en voorkomen. Beoogd wordt dat ouders en jeugdigen zoveel mogelijk regie voeren over de hulp die zij nodig hebben. Dit geldt voor zowel vrijwillige als gedwongen jeugdhulp. Het familiegroepsplan kan in de plaats komen van het hulpverleningsplan (vrijwillige jeugdhulp) of het plan van aanpak (gedwongen jeugdhulp).
 
Een eerste kanttekening kan geplaatst worden bij (de vrijblijvende aspecten van) de gemeentelijke beleidsplicht ten aanzien van het familiegroepsplan. Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verplicht om te wijzen op de mogelijkheid een familiegroepsplan op te stellen en om het opstellen van een familiegroepsplan te bevorderen en te faciliteren. Ook dienen zij de mogelijkheid te bieden om hulp te verlenen op basis van familiegroepsplannen. Zoals ook in de factsheet uitdrukkelijk wordt vermeld laat de Jeugdwet gemeenten echter vrij om te bepalen hóe zij het opstellen en uitvoeren van het familiegroepsplan bevorderen.
 
Volgens de factsheet ligt het - gezien de gemeentelijke beleidsplicht - voor de hand dat gemeenten de wettelijke opdrachten inzake het familiegroepsplan opnemen in hun beleidsplannen. Maar verplicht is dit dus niet. Hetzelfde geldt voor gemeentelijke verordeningen. In dit kader wijzen de Leidse onderzoekers erop, dat de term 'familiegroepsplan' in de Jeugdhulpverordening van de gemeente Groningen bijvoorbeeld in het geheel niet voorkomt, terwijl het familiegroepsplan in de Amsterdamse verordening uitgebreid wordt besproken. Bovendien blijkt uit een nieuwsbericht van de VNG dat het familiegroepsplan - ook als het wél geregeld is in de verordening - volgens regionale transitiemanagers in de praktijk nog maar weinig wordt toegepast. Als mogelijke redenen hiervoor brengen zij onder meer de relatieve onbekendheid en vrijblijvendheid van het familiegroepsplan naar voren.   
 
Een tweede kanttekening is de vraag in hoeverre geborgd is dat kinderen en jongeren bij het opstellen van een familiegroepsplan voldoende kunnen participeren. Zo wijzen de onderzoekers van de Universiteit Leiden op het feit dat er noch in de Jeugdwet, noch in de parlementaire geschiedenis, iets (expliciet) vermeld wordt over het betrekken van de minderjarige bij het opstellen van een familiegroepsplan. De onderzoekers noemen het 'opvallend' dat daartoe dan ook geen verplichting bestaat op basis van de Jeugdwet.
 
Hulpverleningsplan/plan van aanpak
Een gezin dat jeugdhulp nodig heeft, dient dus in eerste instantie de mogelijkheid te krijgen om een familiegroepsplan op te stellen. Dit is geen verplichting: als het gezin afziet van deze mogelijkheid, dan wordt er een hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld. Ook als er sprake is van concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind of de belangen van het kind worden op een andere manier geschaad, wordt er geen familiegroepsplan maar een hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld.
 
In het onderzoek van de Universiteit Leiden wordt geconstateerd dat de Jeugdwet in het kader van het opstellen van het hulpverleningsplan - anders dan bij het familiegroepsplan - wel aanknopingspunten biedt voor de minderjarige om te participeren. Zo wordt genoemd dat er overleg gepleegd moet worden met de minderjarige over het plan en dat hij of zij kan vragen om het plan op schrift te stellen. De onderzoekers concluderen - in algemene zin - echter dat de participatiemogelijkheden bij de toegang tot jeugdhulp in het vrijwillige kader 'onduidelijk' zijn en dat er grote verschillen bestaan tussen gemeenten doordat de wet veel ruimte laat aan gemeenten bij het invullen hiervan.
 
 
Zie voor meer informatie over het familiegroepsplan ook dit NJI-dossier.