Relatie met het VN-Kinderrechtenverdrag

Het VN-Kinderrechtenverdrag en de Internationale Richtlijnen voor Alternatieve zorg aan kinderen als onderleggers van de Q4C-Kwaliteitsstandaarden. 

 

In 1995 ratificeerde de Nederlandse regering het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (ook wel: VN-Kinderrechtenverdrag of IVRK). Nederland is hiermee de verplichting aangegaan om ervoor te zorgen dat de rechten uit het IVRK nageleefd worden. Het IVRK bevat een groot aantal kinderrechten en biedt een juridisch kader. Maar: om deze kinderrechten in de praktijk goed toe te passen is vaak nog een vertaalslag nodig. De Internationale Richtlijnen en de Q4C-Kwaliteitsstandaarden zijn voorbeelden van zo’n praktische vertaling.

Wereldwijd zijn er miljoenen kinderen die om uiteenlopende redenen opgroeien zonder ouderlijke zorg. In 2004 constateerden UNICEF en International Social Service (ISS) dat de implementatie van de rechten van kinderen zonder ouderlijke zorg in de praktijk veel knelpunten vertoont. De organisaties riepen dan ook op tot ontwikkeling van internationale richtlijnen voor alternatieve zorg aan kinderen. In 2009 verwelkomde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Richtlijnen voor alternatieve zorg voor kinderen.

De Q4C-Kwaliteitsstandaarden zijn het resultaat van een participatief proces waarin kinderen, jongeren, ouders en pleegouders hebben aangegeven wat zij belangrijk vinden bij uithuisplaatsingen. Dit sluit aan bij de eisen die het VN-Kinderrechtenverdrag stelt. Voor alle betrokkenen geldt namelijk dat bij beslissingen die het kind betreffen het belang van het kind een eerste overweging moet zijn (artikel 3 lid 1 IVRK). Om invulling te kunnen geven aan het belang van het kind is het belangrijk dat zijn of haar mening betrokken wordt in de te maken overwegingen. Daarom moet het kind in staat worden gesteld zijn mening te geven, waaraan vervolgens passend gewicht moet worden toegekend (artikel 12 IVRK).

De Q4C-Kwaliteitsstandaarden staan in vergelijking met de Internationale Richtlijnen, waar de inbreng van kinderen en ouders een minder grote rol speelde tijdens de totstandkoming, dichter bij de belevingswereld van kinderen en de praktijk van de jeugdhulp. De Internationale Richtlijnen zijn op een aantal punten uitgebreider dan de Q4C-Kwaliteitsstandaarden en bevatten duidelijke opdrachten aan de staat. De richtlijnen en standaarden vullen elkaar dus aan en zijn beide noodzakelijke hulpmiddelen voor de implementatie van kinderrechten in de jeugdhulp.